-Deelvraag 1: "Wat is er in het verleden fout gegaan, en had het ook voorkomen/verminderd kunnen worden?"
Conclusie
De kritiekpunten die bij zowel de Watersnoodramp van 1953 als de evacuatie van 1995 aan bod kwamen zijn de kwaliteit van de dijken, of anders gezegd, het waterkerende vermogen. Bij de watersnoodramp waren de dijken zowel te zwak, als te laag. Door deskundigen is er op gehamerd dat ze de dijken moesten verbeteren, maar dit gebeurde niet. Doordat de overheid niet ingreep bleef de kwaliteit van dijken onvoldoende. Dit was dus een zeer dure fout. Deze onderschatting heeft ruim achttienhonderd mensenlevens gekost, daar komen nog alle overige slachtoffers en schadegevallen bij. In 1995 bij de evacuatie werd de kwaliteit van de dijken gewantrouwd, maar toch hielden ze stand. Hier was de communicatie erg goed en er werden veel problemen voorkomen hierdoor. Hieruit blijkt wel dat er van de watersnoodramp van 1953 geleerd is. Maar belangrijk is ook dat de adviezen van deskundigen wel serieus genomen want ze hebben een goede kijk op hoe hoog de dijken ongeveer zouden moeten zijn. Als daar niet aan voldaan wordt dan is het de fout van de overheid.
-Deelvraag 2: "Welke gebieden in Nederland lopen (op dit moment) risico op overstromingen?"
Conclusie
Door de hevige regenval zullen meer gebieden geteisterd worden met wateroverlast, omdat er niet overal genoeg wateropslagcapaciteit is. Ook blijven er vaste risicogebieden, zoals de lager gelegen gebieden, de gebieden rondom de rivieren en ook nog de dalen tussen hogere gebieden in. De gebieden rondom rivieren lopen risico wanneer de rivieren de grote hoeveelheid watermassa niet meer aan kunnen. De dalen lopen gevaar omdat het water van het hoger gelegen gebied naar beneden stroomt, hierdoor krijgen ze dus te maken met extra veel water. De lager gelegen gebieden lopen gevaren omdat ze gelijk of zelf onder het waterniveau liggen. Bijvoorbeeld de Randstad ligt erg laag en is erg kwetsbaar als de dijken het zullen begeven. Maar zolang de dijken het houden en de wateropslag voldoende is zullen ze in de Randstad geen grootschalige overstroming tegenkomen.
-Deelvraag 3: "Welke oplossingen en maatregelen zijn er op dit moment om het overstromen tegen te gaan?"
Conclusie
Er zijn veel manieren waarmee de hoeveelheid CO2 die uitgestoten wordt te beperken. Door al deze manieren zal de hoeveelheid CO2 in de lucht af nemen mits er veel gebruik van gemaakt wordt. Hierdoor zal het risico op een overstroming kleiner worden omdat de temperatuur op aarde minder hard zal stijgen. Alle maatregelen om CO2 uitstoot te beperken verminderen dus eigenlijk het versterkte broeikaseffect. Het gunstigste op het moment zou zijn dat mensen een schone auto kopen, hybride of LPG bijvoorbeeld. Auto’s worden ook steeds schoner dan nu. Dat komt mede omdat autofabrikanten hiertoe gedwongen worden middels de Euronormen. In de toekomst zal waterstof de meest schone brandstof zijn maar zover is het op dit moment nog niet. Ook is het gebruik van duurzame energie een zeer goede manier om de uitstoot te beperken. Duurzame energie wordt al door steeds meer mensen gebruikt en dat verlaagd de CO2 uitstoot aanzienlijk. Duurzame energie zal ook een steeds groter aandeel krijgen in de totale elektriciteitsproductie van Nederland. Deze manieren zijn specifiek gericht op de reductie van CO2 uitstoot. Om de overstromingskans te verkleinen in het binnenland is er nog een hele goede methode. Hier komen wij bij de oplossingen op terug.
-Deelvraag 4: "Wat kan er in de toekomst gedaan worden om het risico zo klein mogelijk te maken en dus de overstromingen te voorkomen?"
Conclusie
Om overstromingen te kunnen voorkomen, dat zal eigenlijk nooit kunnen, want is het niet morgen, dan is het misschien over een paar jaar of zelf over een paar honderd jaar. Nederland zal in ieder geval altijd een risicogebied blijven, maar het risico kan worden teruggedrongen als het hulp krijgt. Dat kunnen niet alleen de mensen die in de buurt van de risicogebieden wonen, maar wereldwijd.
Er worden verdragen gesloten om dit na te kunnen leven. Zo is in 2005 het Kyoto-protocol ondertekend, wat de eerste stap moest zijn. Dit verdrag wordt in 2008 van kracht en die zal tot 2012 doorlopen, waarna direct een nieuw verdrag moet volgen. Eind 2007 werd hierover druk onderhandeld in Bali, maar het uiteindelijke milieupact moet in 2009 in Kopenhagen ondertekend worden. Niet alleen internationaal, maar ook nationaal kan er wat gedaan worden aan de klimaatverandering. Nederland zelf kan er bijvoorbeeld een beleid voor maken, dat deden ze in de vorm van het “Waterbeleid in de 21e eeuw”. Ook de bevolking zelf kan meehelpen, want iedereen kan zijn steentje bijdragen, of het nou iets kleins of iets groots is.
|